Intrum Justitia vordert betaling van openstaande bedragen van [gedaagde] voortvloeiend uit een mobiele telefoonovereenkomst met Vodafone Libertel B.V., waarvan de vordering is overgedragen. [gedaagde] erkent een onbetaalde factuur die later is voldaan, maar betaalde niet de factuur van juni 2013.
De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst als koop op afbetaling geldt voor het toestel, maar dat de prijs van het toestel niet afzonderlijk is vastgelegd. Hierdoor is het toestelgedeelte van de overeenkomst niet van kracht en wordt de vordering hierover afgewezen. Wel worden de gebruikskosten en overige niet betwiste kosten van €58,33 toegewezen.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens het ontbreken van een juiste aanmaningstermijn. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dagvaarding over het toegewezen bedrag. [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten, met een beperking van de griffierechtoverschrijding ten laste van Intrum Justitia.