In oktober 2013 voerde gedaagde baggerwerkzaamheden uit bij een watergang te Goudswaard waarbij schade ontstond aan een zinker van Evides. Gedaagde deed wel een KLIC-melding, maar deze dekte niet het gebied waar de schade ontstond. Evides stelde dat gedaagde tekort was geschoten in haar onderzoeksplicht en daardoor onzorgvuldig handelde.
De rechtbank stelde vast dat de werkzaamheden graafwerkzaamheden waren in de zin van de WION en dat gedaagde als hoofdaannemer gehouden was een volledige KLIC-melding te doen en onderzoek te verrichten naar de precieze ligging van leidingen. Gedaagde had dit nagelaten, waardoor zij de norm uit de WION had geschonden. Er was causaal verband tussen deze normschending en de schade aan de zinker.
Gedaagde voerde aan dat zij mocht vertrouwen op de nauwkeurigheid van de KLIC-tekeningen en dat zij niet aansprakelijk was. De rechtbank oordeelde dat een grondroerder in beginsel mag uitgaan van een nauwkeurigheid van één meter, maar dat bij concrete aanwijzingen tot afwijkingen nader onderzoek vereist is. De best-practice richtlijnen schrijven voor dat bij het niet aantreffen van leidingen de netbeheerder om advies moet worden gevraagd en het zoekgebied moet worden uitgebreid.
Omdat gedaagde deze best-practice niet volgde en geen aannemelijke feiten aanvoerde dat de schade ook bij naleving van de regels zou zijn ontstaan, werd zij aansprakelijk gehouden. De rechtbank veroordeelde gedaagde tot vergoeding van de schade, inclusief herstelkosten en rente, en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.