De Autoriteit Consument en Markt (ACM) legde aan verschillende leesmapondernemingen en feitelijk leidinggevenden bestuurlijke boetes op wegens het maken van afspraken over klantverdeling en het niet beconcurreren van elkaars klanten, wat het kartelverbod schendt.
Eisers betwistten niet de overtreding, maar voerden aan dat ACM niet had bewezen dat de bagatelvrijstelling van artikel 7, tweede lid, van de Mededingingswet (Mw) niet van toepassing was en dat de boetes onevenredig hoog waren. De rechtbank oordeelde dat de bagatelvrijstelling niet van toepassing was en dat de boetes niet in strijd waren met het gelijkheidsbeginsel of willekeurig waren vastgesteld.
De rechtbank bevestigde de hoofdelijke aansprakelijkheid van de feitelijk leidinggevenden en ondernemingen en wees het beroep op financiële hardheid af wegens onvoldoende onderbouwing. Wel werd de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn met 15% verminderd. De rechtbank stelde de boetes vast op € 235.000,- voor de ondernemingen en € 8.500,- voor de feitelijk leidinggevenden gezamenlijk en wees proceskosten toe.