ECLI:NL:RBROT:2017:6068
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tarief en ontvankelijkheid beroep op grond van de Wmo 2015
Eiseres ontving op grond van de AWBZ een pgb voor begeleiding, huishoudelijke verzorging en dagbesteding, dat na de vervallen AWBZ per 1 januari 2015 werd omgezet in een pgb op grond van de Wmo 2015. Verweerder kende een lager pgb toe, waarbij onderscheid werd gemaakt tussen formele zorgverleners en informele zorgverleners uit het sociale netwerk, zoals de dochter van eiseres. Eiseres stelde dat zij dezelfde zorg ontving als voorheen en dat het pgb onterecht was verlaagd zonder deugdelijk onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat het bestreden besluit tijdig was verzonden, waardoor het beroep ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens werd het onderscheid tussen formele en informele zorgverleners als wettelijk toegestaan beoordeeld, waarbij de dochter van eiseres vanwege de familieband niet als professionele hulpverlener kon worden aangemerkt. De verlaging van het pgb werd verklaard door dit onderscheid en niet door een wijziging in de medische situatie.
De rechtbank vond het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van eiseres zorgvuldig en voldoende onderbouwd. Eiseres kon met het toegekende pgb de noodzakelijke zorg inkopen. Voor aanvullende hulp kon zij een herindicatie aanvragen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.