ECLI:NL:RBROT:2017:6641
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding rookverbod in horecagelegenheid
Eiser kreeg een boete van €600 opgelegd wegens overtreding van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder e, van de Tabaks- en rookwarenwet, omdat in zijn horecagelegenheid werd gerookt. Na bezwaar werd de boete gematigd tot €300 vanwege zijn financiële situatie. Eiser stelde dat hij niet gehoord was en dat het rapport van bevindingen onvolledig en summier was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was en dat eiser voldoende gelegenheid had gekregen zijn standpunt naar voren te brengen, waardoor het ontbreken van een hoorzitting niet tot benadeling leidde. Het rapport van bevindingen werd als voldoende betrouwbaar beoordeeld, ondanks de betwisting van eiser, omdat hij zijn stellingen onvoldoende onderbouwde.
De rechtbank concludeerde dat de overtreding van het rookverbod vaststond en dat de boete terecht was opgelegd. De matiging van 50% werd als redelijk beoordeeld, mede gezien het beleid van verweerder en de financiële situatie van eiser. Een verdere matiging werd niet gerechtvaardigd geacht. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens overtreding van het rookverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.