Eiseres kreeg een bestuurlijke boete van €5.000 opgelegd wegens het in voorraad hebben van veevoeder met de verboden stof Furazolidon, aangetroffen in een partij sojaschroot. De overtreding werd vastgesteld na analyse van monsters genomen door de NVWA bij een leverancier van eiseres.
Eiseres betwistte de verwijtbaarheid niet, maar stelde te goeder trouw te hebben gehandeld en dat zij geen verwijt treft. Zij voerde aan dat zij de partij sojaschroot bij een GMP-erkend bedrijf had gekocht en dat zij altijd monsters neemt en steekproeven verricht. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij alle redelijke maatregelen had genomen om overtredingen te voorkomen.
Verder stelde eiseres dat zij ten onrechte niet gehoord was in de bezwaarprocedure. De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende had bewezen dat eiseres had afgezien van haar hoorrecht. Desondanks werd de schending van de hoorplicht gepasseerd omdat eiseres in de beroepsprocedure ruimschoots gelegenheid had gehad haar standpunt naar voren te brengen en daardoor niet in haar belangen was geschaad.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde de boete en bepaalde dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van €331,- moest vergoeden. Er werden geen proceskosten toegekend.