Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
2.De vaststaande feiten
Op 29 augustus 2017 bent u niet op uw werk verschenen. Cliënte heeft niets van u mogen vernemen. Telefonisch bleek u niet bereikbaar. Cliënte heeft met diverse werkplekken contact opgenomen, doch daar bleek u niet aanwezig. Uiteindelijk heeft u in de middag gebeld met uw collega de heer [P.], die aan u kenbaar heeft gemaakt dat u met de bestuurder van cliënte, de heer [K.], contact moest opnemen. Dit heeft u evenwel niet gedaan. [K.] heeft na twee uur te hebben gewacht zelf maar contact met u opgenomen.