ECLI:NL:RBROT:2017:9689
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom AFM wegens niet verstrekken bankafschriften
De AFM legde aan eiser een last onder dwangsom op omdat hij niet voldeed aan informatieverzoeken, met name het niet overleggen van bankafschriften van de vennootschap X. Eiser was bestuurder van X en werd verplicht binnen tien werkdagen de gevraagde informatie te verstrekken, bij niet-naleving verbeurde een dwangsom.
Eiser betwistte de last onder dwangsom en de hoogte daarvan, en voerde aan dat de last onevenredig bezwarend is en dat hij de bankafschriften niet kon overleggen vanwege zijn aftreden als bestuurder. De rechtbank oordeelde dat eiser verplicht was de informatie te verstrekken en dat de AFM bevoegd was de last op te leggen. De last was niet verdergaand dan redelijkerwijs nodig en niet onevenredig bezwarend, mede omdat eiser als professioneel marktdeelnemer wordt beschouwd.
De rechtbank verwierp het betoog dat de hoogte van de dwangsom niet in redelijke verhouding stond tot het geschonden belang. Ook het beroep dat invordering van de dwangsom onterecht was vanwege het aftreden van eiser faalde, aangezien dit voor zijn rekening en risico kwam. Tot slot oordeelde de rechtbank dat de AFM de last openbaar mag maken, omdat geen bijzondere omstandigheden zijn die dit onevenredig bezwarend maken. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de last onder dwangsom en de invordering wordt ongegrond verklaard.