ECLI:NL:CBB:2015:288
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- R.C. Stam
- A.J.C. de Moor - van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom en bevoegdheid AFM tot vorderen bankafschriften
Appellante, Asian Pacific Energy Corporation, maakte bezwaar tegen een last onder dwangsom opgelegd door de AFM, die haar verplichtte binnen tien werkdagen kopieën van bankafschriften over te leggen voor toezichtdoeleinden. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de bevoegdheid van de AFM om deze gegevens te vorderen.
In hoger beroep betwistte appellante onder meer de reikwijdte van de bevoegdheid van de AFM en stelde dat de last onder dwangsom onredelijk was. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat de bevoegdheid van de AFM om kopieën van bankafschriften te vorderen voortvloeit uit artikel 1:74 van Pro de Wft en in overeenstemming is met Europese regelgeving (MiFID). De last onder dwangsom was proportioneel en niet onevenredig hoog.
Het College benadrukte dat de AFM haar onderzoek naar het aanbieden van beleggingsobjecten mocht inrichten en dat bankafschriften een geschikt middel zijn om een volledig beeld te verkrijgen. De invordering van de dwangsom werd gematigd vanwege de communicatie over ontbrekende stukken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom van de AFM blijft in stand.