Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2017 in de zaak tussen
[Naam], te [Plaats], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
misschien(cursivering door de rechtbank) weer aan het lammeren was.
Rechtbank Rotterdam
Verweerder legde eiser een boete van €2.500 op omdat een vervoermiddel waarmee evenhoevigen werden vervoerd, niet tijdig was gereinigd en ontsmet met een toegelaten middel, in strijd met de Regeling preventie. Eiser voerde aan dat de uitzonderingsbepaling van artikel 31, tweede lid, van de Regeling preventie op hem van toepassing was, omdat hij de veewagen kort na het lossen had kunnen reinigen en ontsmetten en vanwege een vermeende noodsituatie.
De rechtbank oordeelde dat eiser daadwerkelijk met een bevuild vervoermiddel op de openbare weg reed en dat de uitzonderingsbepaling niet van toepassing was, omdat het vervoer niet van stal of weide naar een andere weide van hetzelfde bedrijf betrof. De vermeende noodsituatie werd niet aannemelijk gemaakt, mede omdat eiser een tussenstop maakte om voer te halen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht een boete oplegde op grond van artikel 30 en Pro 31 van de Regeling preventie en artikel 120b van de Gwwd. De hoogte van de boete werd niet onredelijk geacht en eiser had geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die matiging rechtvaardigden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete van €2.500 wegens het niet tijdig reinigen en ontsmetten van het vervoermiddel wordt ongegrond verklaard.