Eiser, een vennoot van een vennootschap onder firma, maakte bezwaar tegen een bestuurlijke boete van €5.000 opgelegd vanwege het niet reinigen en ontsmetten van een vrachtwagen die werd gebruikt voor het vervoer van evenhoevigen. Tijdens een inspectie op 9 december 2016 constateerde een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit dat op de tussenvloeren van de vrachtwagen oud, gebruikt stro en mest aanwezig waren, wat een overtreding vormt van de Gezondheids- en welzijnswet voor Dieren en de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten.
De rechtbank oordeelt dat het rapport van de toezichthouder, inclusief foto’s, overtuigend bewijs levert van de overtreding. Het door eiser geschetste alternatieve scenario dat schoon stro was toegewaaid, wordt niet geloofd. Bovendien is het niet de eerste keer dat een soortgelijke overtreding is begaan, wat de boete rechtvaardigt. Eiser stelde dat het boetebedrag te hoog was en dat de chauffeur niet bewust was van de verontreiniging, maar deze argumenten werden verworpen.
De rechtbank wijst ook het betoog af dat handhaving selectief zou zijn, omdat verweerder vaker handhavend optreedt bij soortgelijke overtredingen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.C. Rop op 27 februari 2019.