Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 1] B.V., te [plaats] , appellante
(gemachtigde: mr. C.A. van Kooten-de Jong),
appellante
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder,
Procesverloop in hoger beroep
[naam 2] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, die zich liet vergezellen door [naam 3] , dierenarts bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
Grondslag van het geschil
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
mortem-keuring heeft verricht de wonden wel over het hoofd hebben gezien, zodat aan de verklaring van verweerder ter zitting van de rechtbank dat die dierenarts dit ook heeft verklaard geen verdere betekenis toekomt. Voor zover appellante betoogt dat de open wonden niet zichtbaar waren en haar om die reden geen verwijt kan worden gemaakt, moet worden geoordeeld dat dit betoog ziet op de verwijtbaarheid waarover het College hierna zal oordelen en niet afdoet aan de conclusie dat appellante in strijd in strijd met artikel 9 van Pro de Regeling dierenvervoer 2007, in samenhang gelezen met artikel 3 en Pro artikel 6, derde lid, en Bijlage I, hoofdstuk I, paragrafen 1 en 2, onder b, van de Transportverordening het varken heeft vervoerd.