Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
[verzoeker] is daarbij in persoon verschenen, bijgestaan door mevrouw mr.
Van het verhandelde ter zitting is door de griffier aantekening gehouden.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een arbeidsongeval op 4 juni 2016 waarbij de eerste stuurman tijdens werkzaamheden met een slijptol een ernstige vleeswond opliep. Verzoeker stelde dat de werkgever aansprakelijk is op grond van artikel 7:658 BW Pro wegens onvoldoende zorgplicht en ongeschikte toewijzing van de klus.
De werkgever betwistte de toedracht, aansprakelijkheid en het blijvend letsel. Partijen verschillen van mening over de omstandigheden van het ongeval en de zorgplicht van de werkgever. De kantonrechter overweegt dat de exacte feiten en omstandigheden niet zonder bewijs kunnen worden vastgesteld.
Gezien het doel van de deelgeschilprocedure, die snelle en eenvoudige toegang tot de rechter biedt ter bevordering van buitengerechtelijke schikkingen, is uitvoerige bewijslevering niet passend. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Ook de gevorderde proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat de procedure niet onnodig of onterecht was ingesteld.
De kantonrechter concludeert dat de deelgeschilprocedure niet geschikt is voor deze zaak vanwege de noodzaak van bewijslevering en dat partijen hun geschil anders moeten voortzetten.
Uitkomst: Het verzoek tot verklaring voor recht van aansprakelijkheid wordt afgewezen wegens de noodzaak van bewijslevering die niet past binnen de deelgeschilprocedure.