In deze zaak stond de vraag centraal of de handtekeningen op bierviltjes, die betrekking hadden op loonafspraken, authentiek waren en door de juiste persoon namens de werkgever waren gezet. De kantonrechter benoemde een handschriftdeskundige die concludeerde dat de betwiste handtekeningen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid afkomstig waren van de heer die de arbeidsovereenkomsten had ondertekend.
De gedaagde betwistte de bevoegdheid van deze persoon om te tekenen, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet houdbaar was gezien de eerdere vaststellingen en de feitelijke loonbetalingen. Hierdoor werd vastgesteld dat er afspraken waren gemaakt over het netto jaarsalaris over de seizoenen 2012/2013 en 2013/2014, waarvan een deel nog niet was betaald.
De rechtbank veroordeelde de gedaagde tot betaling van het resterende loon van €11.000,-, vermeerderd met wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging van 15%. Daarnaast werden buitengerechtelijke kosten, proceskosten en kosten van de deskundige toegewezen. Het eerder gewezen verstekvonnis werd vernietigd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.