ECLI:NL:RBROT:2018:1958
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.G.L. de Vette
- C.E. Bos
- D.Y.A. van Meersbergen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling invordering verbeurde dwangsom wegens niet-naleving bouwbesluit
Eiser, eigenaar van een pand te Rotterdam, kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet tijdig treffen van bouwtechnische maatregelen conform de Woningwet en het Bouwbesluit. Na controle bleek niet aan alle maatregelen te zijn voldaan, waarna verweerder de dwangsom van €10.000,- invorderde.
Eiser stelde onder meer dat hij niet is gehoord in de bezwaarfase, dat hij tijdig om verlenging had gevraagd, en dat bijzondere omstandigheden zoals een renovatieplan en communicatieproblemen met een buurman tot matiging van de dwangsom zouden moeten leiden. De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht formeel was geschonden, maar dat eiser hierdoor niet benadeeld was omdat hij zijn standpunten schriftelijk en mondeling kon toelichten.
Verder was het verzoek tot verlenging te laat ingediend en was de dwangsom terecht verbeurd. De rechtbank stelde dat het belang van invordering zwaarwegend is en dat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die matiging of afzien van invordering rechtvaardigen. Ook financiële draagkracht en gedeeltelijke nakoming bieden geen grond voor vermindering.
De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 13 maart 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen de invordering van de verbeurde dwangsom wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.