Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 maart 2018 in de zaak tussen
[Naam], te [Plaats], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres, een bijstandsgerechtigde, vroeg bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag voor 2017, welke door de gemeente Hellevoetsluis werd afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat eiseres niet had voldaan aan een eerder opgelegde verhuisplicht uit 2015 en onvoldoende inspanningen had verricht om goedkopere woonruimte te vinden. Eiseres voerde aan dat artikel 35 van Pro de Participatiewet geen ruimte biedt voor sanctionering van verwijtbaar gedrag en dat de afwijzing in strijd zou zijn met het EVRM en het Europees Sociaal Handvest.
De rechtbank oordeelde dat de verhuisplicht rechtsgeldig was opgelegd en dat het niet nakomen daarvan betekent dat woonkosten niet als noodzakelijke kosten uit bijzondere omstandigheden kunnen worden aangemerkt. De rechtbank verwierp de stelling dat sprake zou zijn van dubbele bestraffing en wees de overige beroepsgronden af, waaronder het gebrek aan motivering en het prematuur zijn van de ingebrekestelling. De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de woonkostentoeslag terecht was en verklaarde het beroep ongegrond.
De uitspraak bevestigt de vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat het niet naleven van een verhuisplicht leidt tot het niet toekennen van woonkostentoeslag. Tevens benadrukt de rechtbank dat de weigering van woonkostentoeslag niet in strijd is met grondwettelijke of internationale mensenrechtenverdragen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de woonkostentoeslag wordt ongegrond verklaard vanwege het niet nakomen van de verhuisplicht.