ECLI:NL:RBROT:2018:2106
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.E. Bos
- M.G.L. de Vette
- D.Y.A. van Meersbergen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ambtshalve uitschrijving uit basisregistratie personen wegens verblijf in het buitenland
Eiser was ingeschreven in de basisregistratie personen (brp) op een adres in Nederland. Naar aanleiding van een melding dat eiser meer dan acht maanden per jaar in het buitenland verbleef, heeft verweerder een adresonderzoek uitgevoerd en eiser verzocht aangifte te doen van zijn vertrek. Eiser heeft dit niet gedaan, waarna verweerder ambtshalve heeft besloten hem uit te schrijven uit de brp.
Eiser stelde dat de uitschrijving onterecht was en dat hij zich bereid had verklaard zich te melden bij de gemeente. De rechtbank oordeelde dat verweerder op grond van artikel 2.21, tweede lid, van de Wet basisregistratie personen (Wbrp) verplicht was ambtshalve opneming van het vertrek te doen indien de ingezetene geen aangifte doet. Het was aannemelijk dat eiser meer dan twee derde van het jaar in het buitenland verbleef en dat hij geen aangifte had gedaan.
Eiser voerde verder aan dat verweerder onrechtmatig gegevens uit een andere procedure had gebruikt, dat het besluit onevenredige gevolgen had voor zijn AOW-uitkering en zorgverzekering, dat sprake was van machtsmisbruik en schending van het gelijkheidsbeginsel. Deze bezwaren werden verworpen. De rechtbank wees ook het verzoek om schadevergoeding af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de ambtshalve uitschrijving uit de basisregistratie personen wordt ongegrond verklaard.