ECLI:NL:RVS:2016:2536
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.B.M. Hent
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ambtshalve vertrekregistratie in basisregistratie personen
Het college van burgemeester en wethouders van Soest nam op 4 augustus 2014 het besluit om appellant met ingang van 3 juli 2014 ambtshalve als vertrokken naar het buitenland (Frankrijk) in de basisregistratie personen (brp) op te nemen. Dit gebeurde nadat appellant niet had gereageerd op verzoeken om informatie over zijn verblijfplaats, terwijl het college beschikte over gegevens zoals het omwisselen van een Nederlands rijbewijs voor een Frans rijbewijs en verklaringen van zijn dochter.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college en later door de rechtbank werd afgewezen. De rechtbank vond dat het college aannemelijk had gemaakt dat appellant naar redelijke verwachting gedurende een jaar ten minste twee derde van de tijd buiten Nederland zou verblijven. Appellant stelde dat het bezit van een Frans rijbewijs slechts een verblijf van ongeveer 185 dagen impliceert en dat de verklaringen van zijn dochter niet voldoende waren om het langdurige verblijf in Frankrijk aan te tonen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende onderzoek had verricht en niet had aangetoond dat appellant daadwerkelijk twee derde van het jaar buiten Nederland verblijft. Het bezit van een Frans rijbewijs en de verklaringen van de dochter waren onvoldoende bewijs. Ook het ontbreken van contact tussen appellant en het college was niet voldoende om het besluit te rechtvaardigen. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van het college vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit om appellant ambtshalve als vertrokken naar Frankrijk te registreren wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van verblijf buiten Nederland.