ECLI:NL:RBROT:2018:2609
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Bedee
- J. de Gans
- A.M.E.A. Neuwahl
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet opgegeven inkomsten uit bankstortingen
Eiser ontving bijstand vanaf januari 2015 en verkocht daarnaast goederen op markten. Verweerder constateerde via een rechtmatigheidsonderzoek dat er diverse bedragen op eisers bankrekeningen waren gestort en bijgeschreven, die niet waren opgegeven. Hierdoor werd zijn inlichtingenplicht geschonden.
Verweerder herzag het recht op bijstand over de periode van 1 september 2015 tot 29 februari 2016 en vorderde een bedrag van €1.396,61 terug. Eiser voerde aan dat sommige stortingen onvoldoende grond boden voor inzage in bankafschriften en dat hij slechts als doorgeefluik fungeerde voor geld van vrienden bestemd voor familie in het buitenland.
De rechtbank oordeelde dat verweerder op basis van concrete feiten en vaste rechtspraak gerechtigd was om inzage te verlangen in bankafschriften over een langere periode. Kasstortingen en bijschrijvingen worden als middelen in de zin van de Participatiewet beschouwd. Eiser kon niet aantonen dat hij niet over deze middelen beschikte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de herziening en terugvordering van de bijstand.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het herzieningsbesluit met terugvordering van bijstand bevestigd.