ECLI:NL:CRVB:2019:3665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde bankstortingen
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd onderzocht in het kader van het Project Heronderzoek PW 2016. Hierbij overhandigde hij bankafschriften van twee rekeningen over verschillende periodes. Het college herzag de bijstand en vorderde een bedrag van €1.396,61 terug wegens niet gemelde kasstortingen en bijschrijvingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het college onrechtmatig inzage had verlangd in bankafschriften over een langere periode dan drie maanden, en dat de stortingen geen middelen waren omdat ze deels geleend geld of terugbetalingen betroffen.
De Raad oordeelde dat het college op grond van concrete aanwijzingen terecht inzage kon verlangen over een langere periode. Tevens zijn kasstortingen en bijschrijvingen volgens vaste rechtspraak in beginsel middelen in de zin van de Participatiewet, ook indien het geleend geld betreft. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij niet over de bedragen kon beschikken.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde stortingen op bankrekeningen.