De zaak betreft een verzoek van Van Lanschot Bankiers N.V. tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer die sinds 2014 als Regionale Financieringsadviseur werkzaam was. De werknemer kampte sinds 2015 met ernstige gezondheidsklachten, waaronder een zeldzame anti-trombine deficiëntie, die zijn mobiliteit en werkvermogen aanzienlijk beperkten. Van Lanschot startte een verbetertraject vanwege vermeend disfunctioneren, vooral gericht op de kwantiteit van het werk.
De kantonrechter oordeelt dat het disfunctioneren verband houdt met de ziekte van de werknemer, waardoor het opzegverbod tijdens ziekte van toepassing is. Van Lanschot heeft onvoldoende rekening gehouden met de beperkingen door ziekte en heeft de werknemer geen eerlijke kans gegeven zich te verbeteren. Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat herplaatsing binnen de organisatie niet mogelijk is.
Daarom wordt het verzoek tot ontbinding afgewezen. De kantonrechter wijst Van Lanschot tevens in de proceskosten, maar wijst het verzoek van de werknemer tot vergoeding van daadwerkelijke proceskosten af wegens gebrek aan bijzondere omstandigheden.