ECLI:NL:RBROT:2018:3955
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt transparantie- en kenbaarheidsverplichting PostNL volgens artikel 9 Postwet 2009
De rechtbank Rotterdam heeft op 24 mei 2018 uitspraak gedaan in de zaak tussen Koninklijke PostNL B.V. en de Autoriteit Consument en Markt (ACM) over de transparantie- en kenbaarheidsverplichting van speciale tarieven en voorwaarden in het kader van artikel 9 van Pro de Postwet 2009.
ACM had PostNL een last onder dwangsom opgelegd om de tarieven en voorwaarden uit de Interne Tarieven Brochure (ITB) op non-discriminatoire wijze transparant en kenbaar te maken aan postvervoerbedrijven. PostNL voerde verweer tegen deze last, onder meer met argumenten over de toepasselijkheid van artikel 9, de reikwijdte van de last en het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat PostNL als postvervoerbedrijf met een landelijk vijfdaags netwerk gehouden is aan de transparantie- en kenbaarheidsverplichtingen van artikel 9 Postwet Pro 2009. De ITB bevat speciale tarieven en voorwaarden die niet uit eigen beweging openbaar worden gemaakt, wat strijdig is met de wettelijke verplichtingen. Het beroep van PostNL werd ongegrond verklaard.
De rechtbank wees ook de overige bezwaren van PostNL af, waaronder het betoog dat de last te onbepaald zou zijn, dat ACM haar bevoegdheid zou hebben overschreden, en dat de last onevenredig zou zijn. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep van PostNL wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt gehandhaafd.