De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen de verdachte die zich via Instagram voordeed als de partner van de aangever, zonder hen direct te benaderen. De verdachte plaatste foto's en teksten die een valse relatie suggereerden, maar na waarschuwingen deactiveerde zij vrijwel direct haar Instagram-account en stopte met het verspreiden van onwaarheden.
De officier van justitie eiste een veroordeling wegens belaging, stellende dat de gedragingen een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer vormden en de slachtoffers zich onveilig voelden. De rechtbank onderzocht de aard, duur, frequentie en intensiteit van de gedragingen en concludeerde dat de gedragingen zich vooral in besloten kring afspeelden en geen stelselmatige inbreuk opleverden.
Er was geen bewijs dat de verdachte de slachtoffers of hun familie direct benaderde of dat derden werden aangespoord tot lastigvallen. Ook was niet gebleken dat de verdachte zich tegenover een fotograaf als partner had voorgedaan. Na de waarschuwing stopte zij met haar gedrag op social media, hoewel zij zich nog wel tegenover collega's als partner voordeed.
Gezien deze omstandigheden vond de rechtbank dat de gedragingen niet voldeden aan het wettelijk vereiste voor belaging. De verdachte werd daarom vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.