Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 120 uur met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
van€ 20,- kreeg zij toen € 1.000,-
inbriefjes van € 20,-. Het klopt wel dat op de tap van het gesprek van 20 oktober 2014 te horen is dat [naam medeverdachte] zegt:
“Dit zijn allemaal twintigjes.” en “
En het zijn ehh 1000 twintigjes en een paar voor wat te halen”, maar dit komt volgens de verdachte niet overeen met het bedrag dat hij in werkelijkheid aan haar gaf.
Hoeveel geld (inclusief cadeaus) de verdachte in totaal van [naam medeverdachte] heeft gekregen, valt op basis van het dossier niet met de vereiste mate van zekerheid vast te stellen. Daarom zal hierna bewezen worden verklaard dat de verdachte (kort gezegd)
enige geldbedragenvoorhanden heeft gehad die afkomstig zijn uit enig misdrijf.
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
100 (honderd) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
94 (vierennegentig) urente verrichten taakstraf resteert;
47 dagen;
- verklaart verbeurd als bijkomende straf: een geldbedrag van € 7.000,- (nummer 5 op de lijst van inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen)