ECLI:NL:CRVB:2020:713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens schuldwitwassen en ernstig plichtsverzuim bij douanemedewerker
Appellante was sinds 1995 werkzaam bij de Douane en sinds 2005 selecteur bij de afdeling pre-arrival in de Rotterdamse haven. In 2015 werd zij aangehouden op verdenking van schuldwitwassen, nadat zij contant geld en cadeaus van een corrupte collega ontving die betrokken was bij het buiten de controle houden van containers met drugs.
De staatssecretaris legde haar onvoorwaardelijk ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim, gebaseerd op schuldwitwassen en het niet informeren van haar leidinggevende over haar relatie met een collega. De rechtbank Rotterdam verklaarde dit bewezen en wees het beroep van appellante af.
In hoger beroep betwistte appellante dat zij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de bedragen en cadeaus van criminele herkomst waren. De Raad oordeelde echter dat gezien het riante uitgavenpatroon van de collega en haar functie als buitengewoon opsporingsambtenaar, zij dit wel had moeten vermoeden.
De Raad vond het ontslag niet onevenredig gezien de hoge integriteitseisen binnen de Douane en bevestigde het vonnis. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het onvoorwaardelijk ontslag wegens schuldwitwassen en ernstig plichtsverzuim.