ECLI:NL:RBROT:2018:5662
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit remplaçantenregeling politie wegens te beperkte uitleg vrijkomende formatieplaats
Eiser, werkzaam bij de politie, verzocht om toepassing van de remplaçantenregeling op grond van artikel 55aa van het Besluit algemene rechtspositieregeling politie (Barp). Verweerder wees dit verzoek af omdat volgens hem geen voldoende formatieruimte vrijkwam bij het vertrek van eiser, gebaseerd op een bandbreedte van 0,9 tot 1,1 fte.
De rechtbank oordeelt dat deze uitleg van 'vrijkomende formatieplaats' te strikt is en niet in beleidsregels is vastgelegd. Ook de toelichting bij artikel 55aa Barp biedt geen grond voor deze strikte interpretatie. De rechtbank stelt dat ook een formatieplaats van minder dan 1,0 fte kan leiden tot plaatsing van een herplaatsingskandidaat, bijvoorbeeld bij deeltijdarbeid.
Verweerder moet daarom alsnog onderzoeken of er een herplaatsingskandidaat beschikbaar is voor de vrijkomende formatieplaats. Pas als dat niet het geval is, kan het verzoek worden afgewezen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en een deel van de proceskosten van eiser. Het hoger beroep is mogelijk bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met nader onderzoek naar herplaatsingskandidaten.