ECLI:NL:RBROT:2019:9389
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding proceskosten wegens geen beroepsmatige rechtsbijstand door wettelijk vertegenwoordiger
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Molenlanden, waarin het verzoek om vergoeding van kosten in verband met de behandeling van bezwaar werd afgewezen. Het bezwaar betrof een dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op een verzoek om jeugdhulp op grond van de Jeugdwet.
De kern van het geschil was of de door eiser ingeschakelde gemachtigde, een besloten vennootschap waarvan de vader van eiser algemeen directeur is en tevens zijn wettelijk vertegenwoordiger en huisgenoot, beroepsmatig rechtsbijstand verleende. De rechtbank oordeelde dat ondanks de formele rol van de B.V. als gemachtigde, feitelijk de wettelijk vertegenwoordiger de proceshandelingen verrichtte en dat deze niet als een derde kon worden aangemerkt.
De rechtbank verwees naar vaste rechtspraak dat een familierelatie niet per definitie het beroepsmatige karakter uitsluit, maar dat indien de rechtsbijstand wordt verleend door een persoon uit hetzelfde huishouden, dit in beginsel niet als beroepsmatig geldt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding van kosten afgewezen.
De rechtbank passeerde een bevoegdheidsgebrek in het bestreden besluit omdat dit gebrek eiser niet benadeelde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van proceskosten afgewezen.