Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een geldboete van € 100.000,-.
- Voor de betekenis van de uitdrukking “zich ontdoen van” wijst de rechtbank op de vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en in het bijzonder het arrest van 12 december 2013 (C-241/12 en C-242/12; Shell). Daaruit volgt dat bij de beoordeling van de vraag of de houder van een voorwerp of stof in kwestie daadwerkelijk voornemens was zich ervan te ontdoen, alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen dienen te worden. Daarbij moet de doelstelling van Richtlijn 2006/12 (thans Richtlijn 2008) voor ogen worden gehouden, te weten dat de nuttige toepassing of de verwijdering van afvalstoffen plaatsvindt zonder gevaar voor gezondheid van de mens en zonder dat procedés of methoden worden aangewend die nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Dit leidt ertoe dat het begrip “zich ontdoen van” niet beperkt mag worden uitgelegd.
- Volgens artikel 2, aanhef en onder 35 van de EVOA – voor zover hier relevant – is illegale overbrenging de overbrenging van afvalstoffen:
(...)
(...)
- Artikel 34 staat Pro in Titel IV, onder hoofdstuk 1 van de EVOA, waarin de uitvoer van voor verwijdering bestemde afvalstoffen naar derde landen is geregeld. Volgens het eerste lid van dit artikel is de uitvoer van voor verwijdering bestemde stoffen uit de gemeenschap verboden. In lid 2 is een uitzondering geformuleerd voor uitvoer naar EVA-landen.
- Artikel 36 staat Pro in dezelfde Titel IV, onder hoofdstuk 2, titel 1, van de EVOA. Hierin zijn de bepalingen opgenomen die betrekking hebben op de uitvoer van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen naar landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is. Ingevolge artikel 36, aanhef en onder 1, is de uitvoer uit de Gemeenschap van de volgende soorten afvalstoffen die bestemd zijn voor nuttige toepassing in landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, verboden voor:
(...)
registered owner, een
beneficial owneren een
commercial operator: [9]
phase out / scrapping of the Spring types. [19] Daarvoor is een communicatiegroep opgericht met de naam Spring phase out. De leden van die groep werden in die e-mail aangeduid als MS, VPS, RS, MJN, JHK, SLS. Dit betreft [poolmanager scheepvaartbedrijf 8] , [medewerker 1 scheepvaartbedrijf 9] , [medewerker 2 scheepvaartbedrijf 9] , [naam algemeen directeur] , [medewerker 3 scheepvaartbedrijf 9] en [medewerker 4 scheepvaartbedrijf 9] [20] (in dit vonnis worden zij hierna steeds bij hun achternaam aangeduid). De e-mail vermeldt de volgende actiepunten: (i) de laatste LWT afmaken met inbegrip van de laatste container upgrades, (ii) een lijst voorbereiden van alle zaken die van boord moeten en (iii) een mogelijke verandering van vlag voor verkoop in verband met ‘de positie in rangorde verschrotingslijst Platform Noordzee’.
chief officer, [naam chief officer] , tegen personeel van de douane gezegd. [77]
gepland isplaats te hebben, is wettig en overtuigend bewezen dat de overbrenging heeft plaatsgevonden naar India. Dat niet alle schepen daar uiteindelijk terecht zijn gekomen doet daar niet aan af: het gaat erom dat India de geplande bestemming was, in ieder geval ten tijde van vertrek uit de respectievelijke havens van Rotterdam en Hamburg.
onderc van voornoemde verordening een afvalstof bestemd voor nuttige toepassing,
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlage
10.Beslissing
geldboete van € 100.000,00 (honderdduizend euro).