Uitspraak
- de dagvaarding, met producties;
- de door Visbeen overgelegde producties.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) en de onderneming Visbeen over de toepasselijkheid van de Nederlandse cao voor beroepsgoederenvervoer op chauffeurs die in het Verenigd Koninkrijk wonen. FNV vorderde dat Visbeen de cao zou naleven voor deze chauffeurs, waaronder het verstrekken van loonstroken en het doen van nabetalingen.
Visbeen voert aan dat de arbeidsovereenkomsten van de Engelse chauffeurs onder Engels recht vallen en dat de chauffeurs het merendeel van hun werk in het Verenigd Koninkrijk verrichten. De kantonrechter toetste dit aan de hand van de Rome I-verordening en gegevens uit boordcomputers, waaruit bleek dat 67% van de arbeidsduur in het Verenigd Koninkrijk werd gewerkt.
Op basis van deze feiten oordeelde de rechtbank dat de Nederlandse cao niet van toepassing is op de Engelse chauffeurs. Hierdoor wees de rechtbank de vorderingen van FNV af en veroordeelde FNV in de proceskosten. De beslissing werd uitgesproken door kantonrechter J.C. Halk.
Uitkomst: De Nederlandse cao is niet van toepassing op de in Engeland woonachtige chauffeurs, vorderingen van FNV worden afgewezen.