Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[Naam], te Rotterdam, verzoeker,
de burgemeester van de gemeente Rotterdam, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
.Ter zitting heeft verzoeker de gestelde handelwijze van deze derden ook niet kunnen verklaren.
Rechtbank Rotterdam
De burgemeester van Rotterdam heeft op 9 augustus 2018 een last onder bestuursdwang opgelegd tot sluiting van een woning voor zes maanden vanwege de aanwezigheid van handelshoeveelheden cocaïne en een verboden boksbeugel. Verzoeker, huurder van de woning, maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er voldoende spoedeisend belang was, maar dat de burgemeester terecht tot sluiting kon besluiten. De aangetroffen hoeveelheden drugs overschreden ruimschoots de grens voor eigen gebruik, en de woning lag in een gebied met drugsoverlast en veiligheidsproblemen. Tevens speelde mee dat verzoeker bekend stond als dealer en een strafrechtelijk verleden had.
De voorzieningenrechter vond dat een waarschuwing niet volstond gezien de feiten en omstandigheden, waaronder eerdere overlastklachten en recente aanhouding van verzoeker voor drugshandel. De sluiting werd niet als een straf opgevat maar als maatregel ter bescherming van het woon- en leefklimaat.
Daarom kon het bestreden besluit naar verwachting in stand blijven en werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens drugshandel wordt afgewezen.