Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 5 juli 2018 met producties;
- de door Verwater toegezonden producties 1 tot en met 9;
- de pleitnota van [eiser], en
- de pleitnota van Verwater.
Rechtbank Rotterdam
De werknemer trad in 2015 in dienst bij Verwater en werd in 2017 Eerste Monteur met een arbeidsovereenkomst inclusief een concurrentie- en relatiebeding. Hij wenste begin 2018 over te stappen naar concurrent Bosma & Bronkhorst, wat Verwater tegenhield op grond van het beding. De werknemer vorderde in kort geding schorsing van het concurrentiebeding.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer een spoedeisend belang had en dat het concurrentiebeding, dat geografisch onbeperkt en ruim was geformuleerd, hem onbillijk benadeelde. De werknemer had weinig inspectiewerk bij Verwater en wilde zich ontwikkelen, wat bij de concurrent wel mogelijk was. Verwater kon onvoldoende aantonen dat bijzondere bedrijfsinformatie beschermd moest worden.
Daarom werd het concurrentiebeding gedeeltelijk geschorst zodat de werknemer bij Bosma & Bronkhorst in dienst kon treden. Verwater werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt gedeeltelijk geschorst zodat werknemer bij concurrent mag werken.