ECLI:NL:RBROT:2018:8921
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verwijdering persoonsgegevens wegens onvoldoende duidelijke criteria voor overlastregistratie
Eiser verzocht de gemeente Rotterdam om verwijdering van zijn persoonsgegevens die werden verwerkt ter bestrijding van vermeende overlast in een Rotterdamse wijk. De gemeente wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit na bezwaar. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank onderzocht of de verwerking van persoonsgegevens voldeed aan artikel 6 van Pro de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), dat vereist dat gegevens op behoorlijke en zorgvuldige wijze worden verwerkt. De gemeente baseerde de verwerking op een door de politie aangeleverde namenlijst van personen die overlast zouden veroorzaken. De criteria voor opname op deze lijst bleken echter onvoldoende duidelijk en concreet omschreven.
De rechtbank oordeelde dat dit gebrek aan duidelijkheid het risico op willekeur niet uitsluit en dat de verwerking daarom niet voldoet aan de zorgvuldigheidseis van artikel 6 Wbp Pro. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de gemeente opgedragen de persoonsgegevens van eiser binnen zes weken te verwijderen. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de gemeente opgedragen de persoonsgegevens van eiser te verwijderen.