Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- schuldigverklaring zonder oplegging van straf ten aanzien van de feiten 7 (tweede alternatief/cumulatief), 8, 10, 11, 12, 13 , 14, 17, 18 en 19;
- afwijzing van de vordering tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 22/005656-14.
4.Ontvankelijkheid officier van justitie
5.Waardering van het bewijs
fait materiel,elk gedrag dat deze delictsomschrijving vervult, strafbaar is. De algemene voorwaarde voor strafbaarheid, [1] “verwijtbaarheid”, wordt verondersteld bij overtreding van de wet aanwezig te zijn. Wel is er ruimte voor schulduitsluitingsgronden die de veronderstelde verwijtbaarheid bij nader inzien wegnemen. In de onderhavige zaken zal het in het bijzonder gaan om de buitenwettelijke schulduitsluitingsgrond “afwezigheid van alle schuld”. Relevant is tenslotte dat reeds een lichte vorm van verwijtbaarheid in de weg staat aan de toepasselijkheid van die schulduitsluitingsgrond.
fait materielvervult die handeling dan de delictsomschrijving als de opvragende instantie een bevoegde instantie is en de verstrekte informatie onjuist is.
BUTADIEN,
6.Strafbaarheid feiten
7.Strafbaarheid verdachte rechtspersoon
In de eerste plaatsde reis van een trein met gevaarlijke stoffen vanaf een bedrijventerrein naar een rangeerterrein en
in de tweede plaatshet proces van rangeren.
8.Motivering straffen
9.Vordering tenuitvoerlegging
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
geldboete van € 10.000,00 (tienduizend euro) per feit.