ECLI:NL:RVS:2018:3065
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J.Th. Drop
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsommen ProRail wegens overtreding informatieplicht vervoer gevaarlijke stoffen
De zaak betreft zes afzonderlijke besluiten van de staatssecretaris tot invordering van dwangsommen van €5.000 per overtreding, opgelegd aan ProRail wegens het niet voldoen aan informatieverplichtingen over gevaarlijke stoffen in het spoorvervoer.
ProRail voerde aan dat de staatssecretaris niet bevoegd was tot invordering omdat het maximum van verbeurde dwangsommen was bereikt en dat zij aan haar inspanningsverplichting had voldaan. Tevens stelde ProRail dat de dwangsommen per wagon in plaats van per trein verbeurd zouden moeten zijn.
De Afdeling oordeelde dat de begunstigingstermijn van 1 januari 2014 geldig is en dat eerdere termijnen niet meer relevant zijn. De dwangsombeschikking was niet vervallen omdat pas na die datum dwangsommen konden worden verbeurd. De rechtbank had terecht geoordeeld dat ProRail niet aan haar inspanningsverplichting voldeed, omdat haar controles minder intensief waren dan die van de Inspectie en zij de contractuele middelen niet had ingezet.
Verder wees de Afdeling het betoog af dat dwangsommen per wagon verbeurd zouden moeten zijn, bevestigde dat de dwangsommen per trein gelden en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van ProRail wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsommen bevestigd.