Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Gemeente Rotterdam,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
ernstigverwijtbaar. [verweerder] brengt niets naar voren om daar in dit geval anders over te oordelen.
Rechtbank Rotterdam
De gemeente Rotterdam verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer die sinds 2012 in dienst was en werkzaamheden verrichtte op basis van een indicatie Wet sociale werkvoorziening. De werknemer werd geschorst wegens werkweigering en grensoverschrijdend gedrag. Op 21 december 2017 greep de werknemer zijn meewerkend voorman bij de keel en kneep deze dicht, na herhaalde verzoeken het pand te verlaten.
De kantonrechter stelde vast dat dit incident ernstig verwijtbaar was en dat van de werkgever niet gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Het UWV had geoordeeld dat het aangeboden werk passend was, mede gezien het advies over het gebruik van oordopjes tegen geluidsoverlast. De kantonrechter verwierp het verweer dat de werknemer niet kon re-integreren.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 oktober 2018 zonder toekenning van een transitievergoeding vanwege het ernstig verwijtbaar handelen. Partijen dragen elk hun eigen proceskosten. De kantonrechter oordeelde dat herplaatsing niet aan de orde was vanwege het verwijtbare gedrag.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 oktober 2018 wegens ernstig verwijtbaar handelen zonder recht op transitievergoeding.