ECLI:NL:RBROT:2019:10843
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen boete AFM wegens feitelijk leidinggeven aan overtreding prospectusplicht
De AFM legde op 28 december 2018 een bestuurlijke boete van €75.000 op aan verzoeker wegens feitelijk leidinggeven aan de overtreding van artikel 5:2 van Pro de Wet op het financieel toezicht (Wft) door verschillende Zonneperceel-entiteiten. Deze entiteiten boden obligaties aan zonder een goedgekeurd prospectus, wat in strijd is met de prospectusplicht.
Verzoeker betwistte niet de overtredingen zelf, maar voerde aan dat hij niet als feitelijk leidinggever kan worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat verzoeker als statutair bestuurder bekend was met de activiteiten en de inhoud van de informatiememoranda en dat hij redelijkerwijs maatregelen had moeten nemen om overtredingen te voorkomen. Daarnaast faalden zijn bezwaren tegen de procedure en de vermeende vooringenomenheid van de AFM.
Verzoeker stelde ook dat de AFM in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelde door hem te beboeten terwijl anderen slechts een waarschuwing kregen. De rechtbank vond geen aanwijzingen voor willekeur in de handhavingspraktijk van de AFM. Ook het beroep op het handhavingsbeleid en de Awb leidde niet tot een ander oordeel.
Ten slotte wees de rechtbank het verzoek af om de publicatie van het boetebesluit te schorsen, ondanks verzoekers bezwaren over privacy en reputatieschade. De belangen van de beleggers en de markt wegen zwaarder dan de mogelijke schade voor verzoeker. De rechtbank concludeerde dat geen grond bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de boete van €75.000 wegens feitelijk leidinggeven aan overtreding van de prospectusplicht blijft gehandhaafd.