ECLI:NL:RVS:2018:2702
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen kampeermiddelen op recreatieperceel
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk om handhavend op te treden tegen het plaatsen van kampeermiddelen op het perceel Van Oldenborghweg 32 te Wijk aan Zee, in strijd met het bestemmingsplan. Het college wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank vernietigde het besluit omdat herhaling niet kon worden uitgesloten en handhaving niet disproportioneel was.
Het college besloot opnieuw het bezwaar ongegrond te verklaren, met als grond dat er inmiddels concreet zicht op legalisatie was door een ontwerpbestemmingsplan dat kamperen met kampeermiddelen toestaat. Appellant stelde dat het college vooringenomen handelde en dat het ontwerpbestemmingsplan buiten beschouwing had moeten blijven.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat er geen aanwijzingen waren voor vooringenomenheid en dat het college terecht het ontwerpbestemmingsplan in aanmerking nam. Ook werd bevestigd dat de rechtbank terecht geen proceskostenvergoeding toekende en dat het college niet verplicht was tot handhaving zolang concreet zicht op legalisatie bestond.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het beroep tegen het besluit van 28 juni 2017 werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het besluit van 28 juni 2017 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.