ECLI:NL:RBROT:2019:4260
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huurovereenkomst kappersstoel aangemerkt als huurovereenkomst bedrijfsruimte ex artikel 7:290 BW
De zaak betreft een geschil over een huurovereenkomst gesloten op 15 augustus 2012 tussen verzoeker en verweerder voor het huren van een kappersstoel in een herenkapsalon te Rotterdam. Verzoeker huurt de stoel voor € 500 per maand en gebruikt de ruimte als herenkapsalon die toegankelijk is voor het publiek tijdens reguliere winkeltijden.
Verweerder heeft op 22 januari 2019 aangekondigd de huurprijs te verhogen en stelde dat de huurovereenkomst op verzoek van verzoeker was beëindigd. Verzoeker ontkende dit en stelde dat de huurovereenkomst onverminderd voortduurt en dat hij niet heeft opgezegd. Hij verzocht de kantonrechter om niet ontvankelijkverklaring van zijn verzoek tot beëindiging, dan wel verlenging van de ontruimingstermijn.
De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst kwalificeert als een huurovereenkomst van bedrijfsruimte ex artikel 7:290 BW Pro, omdat het kappersbedrijf als een ambachtsbedrijf wordt aangemerkt en de ruimte publiek toegankelijk is. Het verweer dat verzoeker de huur zelf had opgezegd werd verworpen. Gezien de huurbescherming die artikel 7:290 BW Pro biedt, werd verzoeker niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot beëindiging van de huurovereenkomst omdat de huurovereenkomst valt onder artikel 7:290 BW.