ECLI:NL:RBROT:2019:4385
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering voorschotten kindgebonden budget wegens toeslagpartner
Eiser ontving in 2016 kindgebonden budget inclusief een toeslag voor alleenstaande ouders, terwijl hij sinds 2013 gehuwd was en dus een toeslagpartner had. Verweerder herzag de definitieve berekening en vorderde €3.142,- terug wegens ten onrechte ontvangen voorschotten.
Eiser betwistte de herziening en stelde dat de terugvordering niet op grond van de Awir had mogen plaatsvinden en dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat eiser wist of behoorde te weten dat hij een toeslagpartner had en dat verweerder bevoegd was de toeslag te herzien.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser, ook omdat geen concrete onderbouwing was gegeven voor schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en de terugvordering niet onevenredig was. Tevens werd gewezen op de mogelijkheid tot een persoonlijke betalingsregeling. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van ten onrechte ontvangen voorschotten kindgebonden budget wordt ongegrond verklaard.