ECLI:NL:RVS:2013:561
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging herzieningsbesluit kinderopvangtoeslag wegens ontbreken bewijs kosten
De Belastingdienst had de definitief toegekende kinderopvangtoeslag over 2009 aan [wederpartij] herzien en teruggevorderd wegens het ontbreken van bewijs dat kosten voor kinderopvang waren gemaakt. De rechtbank had dit herzieningsbesluit vernietigd omdat de Belastingdienst bij de definitieve vaststelling redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van het ontbreken van bewijs.
De Belastingdienst stelde in hoger beroep dat zij niet op de hoogte kon zijn van het ontbreken van kosten vanwege een lopend FIOD-onderzoek en dat de herziening op grond van artikel 21 Awir Pro was toegestaan. De Raad van State oordeelde dat de definitieve vaststelling van de toeslag op 6 mei 2011 een definitief karakter had gekregen, waardoor de herzieningsbevoegdheid op grond van artikel 21 Awir Pro niet meer kon worden uitgeoefend.
Daarnaast faalde het betoog dat [wederpartij] wist of behoorde te weten dat de toeslag te hoog was toegekend, omdat zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij een eigen bijdrage had betaald. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en legde een griffierecht op aan de Belastingdienst.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de herziening van de kinderopvangtoeslag onterecht was en wijst het hoger beroep van de Belastingdienst af.