ECLI:NL:RBROT:2019:4928
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.F. Smulders
- M.G.L. de Vette
- B. van Velzen
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak inzake weigering verstrekking persoonsgegevens op grond van de Wbp
Eiser verzocht om verstrekking van niet-geanonimiseerde documenten met persoonsgegevens die betrekking hebben op een onderzoek naar ongewenste omgangsvormen binnen een gemeentelijk team. Verweerder weigerde dit op grond van artikel 43, aanhef en onder e, van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), met het argument dat vertrouwelijkheid en bescherming van derden gewaarborgd moesten blijven.
De rechtbank overwoog dat de Wbp van toepassing is omdat de besluiten zijn genomen vóór de inwerkingtreding van de AVG. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom delen van de gevraagde documenten niet verstrekt kunnen worden, met name de eindconclusie en het onderzoeksdossier. Wel achtte de rechtbank het belang van vertrouwelijkheid van gesprekken een gewichtig belang dat een uitzondering kan rechtvaardigen.
De rechtbank gaf verweerder de gelegenheid om het bestreden besluit te herstellen door een gedetailleerde belangenafweging en motivering per documentonderdeel. Indien verweerder dit nalaat, zal de rechtbank het onderzoek sluiten en een einduitspraak doen. De uitspraak is een tussenuitspraak en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank wijst het bestreden besluit af wegens onvoldoende motivering en geeft verweerder acht weken om dit te herstellen.