ECLI:NL:RBROT:2019:5143
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Bedee
- M.G.L. de Vette
- I.S. Vreken-Westra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het handhaven van loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen
Eiseres, werkgever van een werknemer die sinds februari 2015 arbeidsongeschikt is, verzocht het UWV om bekorting van een opgelegde loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. Het UWV wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank behandelde het beroep tegen deze beslissing.
De medische en arbeidsdeskundige rapportages van het UWV concludeerden dat er geen duurzame volledige arbeidsongeschiktheid was aangetoond en dat de werknemer in de relevante periode mogelijkheden had tot re-integratie die niet zijn benut. Eiseres stelde dat zij mocht vertrouwen op haar bedrijfsarts die geen arbeidsmogelijkheden zag en dat het UWV onvoldoende zorgvuldig had gehandeld door geen deskundigenoordeel van eiseres te raadplegen.
De rechtbank oordeelde dat het aan eiseres was om aan te tonen dat de tekortkomingen in re-integratie waren hersteld en dat zij dit niet voldoende had gedaan. De medische onderzoeken van het UWV waren zorgvuldig en mochten als uitgangspunt worden genomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de loonsanctie bleef gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de loonsanctie.