ECLI:NL:RBROT:2019:5747
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering extra kinderbijslag wegens fiscaal partnerschap ondanks duurzame scheiding
Eiseres, sinds 2000 gehuwd en gescheiden wonend van haar partner, vroeg een extra bedrag kinderbijslag aan voor 2017. Verweerder kende dit toe maar vorderde het bedrag later terug omdat eiseres fiscaal partner was en het gezamenlijke inkomen te hoog was.
Eiseres stelde dat het partnerbegrip in de Wet inkomstenbelasting 2001 een verboden onderscheid maakt tussen duurzaam gescheiden gehuwden en gescheiden personen, en dat zij feitelijk alleenstaand is. De rechtbank oordeelde dat het partnerbegrip gerechtvaardigd is vanwege de bijzondere juridische en sociale band van het huwelijk en dat de wetgever geen apart regime voor duurzaam gescheiden gehuwden wenst.
Verder voerde eiseres aan dat terugvordering in haar situatie onaanvaardbare financiële gevolgen heeft en in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank stelde dat terugvordering een gebonden bevoegdheid is en dat het enkele feit van bijstand niet als dringende reden geldt. Eiseres had onvoldoende bewijs geleverd voor onaanvaardbare gevolgen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van het extra bedrag kinderbijslag wordt ongegrond verklaard.