Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Albrandswaard, (hierna: verweerder) over de besluiten van 29 januari 2018 en 19 maart 2018.
Rechtbank Rotterdam
Opposant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 4 september 2018, waarin zijn beroepen en verzoeken om schadevergoeding werden verklaard niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht. De rechtbank moest beoordelen of het terecht was dat de eerdere uitspraak zonder zitting werd gedaan.
De rechtbank overweegt dat opposant veelvuldig misbruik van recht maakt met zijn vele Wob-verzoeken en rechtsmiddelen, gericht op geldelijk gewin en het frustreren van de organisatie van verweerder. Eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak en de rechtbank bevestigen dit. Opposant voerde aan dat zijn zaken op eigen merites beoordeeld moeten worden en dat er sprake is van partijdigheid, maar de rechtbank wijst dit af.
De rechtbank stelt dat het eerdere procederen van opposant relevant is en dat de beroepen terecht als kennelijk niet-ontvankelijk zijn beoordeeld. Ook het herhaalde verzoek om langdurigheidstoeslag wordt als misbruik van recht aangemerkt. Verzoeken om schadevergoeding zijn onvoldoende onderbouwd en worden niet inhoudelijk behandeld.
De rechtbank concludeert dat er geen schending is van fundamentele rechtsbeginselen en dat de wet voorziet in afdoening zonder zitting bij kennelijke misbruikzaken. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet van opposant wordt ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring blijft gehandhaafd.