Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 januari 2019 in de zaak tussen
Tele2 Nederland B.V. (Tele2), te Diemen, eiseres,
de Autoriteit Consument en Markt (ACM), verweerster,
Koninklijke KPN N.V. en KPN B.V. (tezamen KPN), te Den Haag,
Procesverloop
Overwegingen
30 juli 2010 in deze aanbesteding een inschrijving gedaan en de Staat heeft op 27 augustus 2010 het voornemen geuit de opdracht aan KPN te gunnen. Kort daarop heeft Tele2 de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA), een van de rechtsvoorgangers van ACM, verzocht handhavend op te treden tegen KPN, omdat KPN bij haar bod een aantal verplichtingen heeft overtreden die in het Marktanalysebesluit aan haar waren opgelegd. OPTA heeft vervolgens twee handhavingsbesluiten genomen. Het laatste van
van 1 juli 2011 betrof een afwijzing op te treden tegen handelen in strijd met gedragsregel 5 bij de inschrijving door KPN in het kader van OT2010. Bij besluit van 16 december 2011 heeft ACM het bezwaar van Tele2 daartegen ongegrond verklaard. KPN heeft haar inschrijving op de aanbesteding op 18 februari 2012 ingetrokken. Op 24 april 2012 heeft de Staat een overeenkomst gesloten met Tele2 inzake OT2010. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (het College) heeft in zijn uitspraak van 13 mei 2016 (ECLI:NL:CBB:2016:134) het beroep van Tele2 tegen het besluit van 16 december 2011 ongegrond verklaard.
Beslissing
mr. C.J. Wolswinkel, leden, in aanwezigheid van mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 17 januari 2019.