Eiseres kreeg een boete opgelegd wegens overtreding van Verordening 999/2001, die het verbiedt verwerkte dierlijke eiwitten (VDE) van herkauwers uit te voeren naar derde landen, tenzij aan strikte voorwaarden is voldaan. Verweerder stelde dat eiseres als medepleger moest worden aangemerkt omdat VDE via haar locatie werden opgeslagen en geladen, en omdat een bestuurder van eiseres ook bestuurder was van andere betrokken bedrijven.
De rechtbank oordeelde dat deze feiten onvoldoende waren om te concluderen dat eiseres bewust en nauw samenwerkte bij de overtreding. De aanwezigheid van een pick-up order in de administratie en de bestuursrelaties waren niet voldoende bewijs voor medeplegen. Eiseres fungeerde als op- en overslagbedrijf zonder eigendom van de goederen en was niet betrokken bij het vervoer naar de eindbestemming.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, waardoor de boete vervalt. Daarnaast werd een schadevergoeding van €1.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, en werden griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoed. Het beroep werd gegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot betaling van de genoemde vergoedingen.