ECLI:NL:RBROT:2019:8591
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging bestuurlijke boete wegens niet tijdig verstrekken loonbescheiden
Eiser, eigenaar van een klein bedrijf, kreeg een bestuurlijke boete van €39.600 opgelegd wegens het niet of niet tijdig verstrekken van loon- en urenbescheiden aan de toezichthouder, zoals vereist op grond van artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml).
De rechtbank oordeelde dat eiser de bescheiden niet tijdig aan de toezichthouder heeft verstrekt, maar dat hij deze wel tijdig aan zijn accountant heeft gegeven, waarna ze zoek raakten. Dit was verwijtbaar, maar de rechtbank achtte de opgelegde boete disproportioneel hoog gezien de beperkte omvang van de overtreding en de geringe arbeidsduur van de betrokken werknemers.
De rechtbank matigde de boete naar €8.000, waarbij rekening werd gehouden met de recidiveregeling en de ernst van de overtreding. Verzoeken tot schadevergoeding werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Boete wegens niet tijdig verstrekken bescheiden gematigd van €39.600 naar €8.000.