ECLI:NL:RBROT:2020:11098
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Loonstop terecht toegepast bij weigering passende arbeid en toewijzing transitievergoeding
De werknemer trad in december 2018 in dienst bij de werkgever als chauffeur met een arbeidsovereenkomst die in juli 2020 eindigde. Tijdens ziekte meldde de werknemer zich ziek en gaf de bedrijfsarts aan dat hij halve dagen aangepast werk kon verrichten. De werknemer weigerde dit en negeerde het advies van de bedrijfsarts en het UWV, dat eveneens stelde dat re-integratie mogelijk was.
De werkgever zette daarom de loondoorbetaling per 25 mei 2020 stop. De werknemer vorderde loonbetaling over deze periode, vakantiedagen, loonindexering, transitievergoeding en juridische kosten. De werkgever betwistte de loonvordering over de loonstopperiode en stelde dat de werknemer onvoldoende meewerkte aan re-integratie.
De kantonrechter oordeelde dat de loonstop terecht was omdat de werknemer zonder geldige reden passende arbeid weigerde. De loonvordering over deze periode werd afgewezen. Wel werden niet-genoten vakantiedagen, loonindexering, transitievergoeding en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. De gevorderde volledige advocaatkosten werden afgewezen wegens gebrek aan buitengewone omstandigheden.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van de toegewezen bedragen met wettelijke rente en proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De loonstop is terecht toegepast en de transitievergoeding, vakantiedagen en loonindexering worden toegewezen, advocaatkosten afgewezen.