ECLI:NL:RBROT:2020:11716
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juiste vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op grond van WIA
Eiser, die sinds januari 2016 vanwege lichamelijke klachten arbeidsongeschikt is, ontving een WIA-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 43,15%. Na een verzoek tot herbeoordeling werd dit percentage bij bezwaar verhoogd naar 47,39%, maar eiser was het daarmee niet eens en stelde dat de berekening onjuist was volgens het Schattingsbesluit Arbeidsongeschiktheidswetten.
De rechtbank heeft het standpunt van eiser onderzocht, waarbij eiser stelde dat de mediaan van de drie hoogst verlonende functies zonder reductiefactor moest worden genomen, wat zou leiden tot een hoger arbeidsongeschiktheidspercentage van 64,4%. Verweerder stelde dat de methode waarbij eerst de reductiefactoren worden toegepast op de functies en vervolgens de mediaan wordt genomen, juist is.
De rechtbank concludeerde dat de tekst van het Schattingsbesluit niet dwingt tot selectie van de drie functies zonder rekening te houden met reductiefactoren, maar juist tot een selectie die resulteert in de hoogste resterende verdiencapaciteit per uur. De gehanteerde methode door de arbeidsdeskundige en verweerder is daarmee in overeenstemming met het Schattingsbesluit en de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
Daarom is het beroep van eiser ongegrond verklaard en blijft het arbeidsongeschiktheidspercentage van 47,39% gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de vaststelling van 47,39% arbeidsongeschiktheid.