Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2020 in de zaak tussen
[eiseres], te [plaats] , eiseres (hierna: eisers)
Rechtbank Rotterdam
Eisers kregen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam omdat zij zonder omgevingsvergunning een constructie in hun achtertuin hadden geplaatst. Verweerder stelde dat de constructie een bouwwerk is en niet onder de vergunningvrije categorie tuinmeubilair valt, en dat deze in strijd is met het bestemmingsplan.
Eisers voerden aan dat de constructie vergunningvrij is omdat het open karakter heeft en het zonwerend doek niet permanent is uitgerold, waardoor het als tuinmeubilair moet worden gezien. Tevens betwistten zij dat sprake is van een welstandsexces en voerden zij aan dat de motivering van het besluit onvoldoende is.
De rechtbank oordeelde dat de constructie vanwege haar omvang, bevestiging aan de gevel en het permanente karakter niet als verplaatsbaar tuinmeubilair kan worden aangemerkt. Omdat eisers geen aanvraag om omgevingsvergunning hadden ingediend, was er geen concreet zicht op legalisatie. De motiveringsklacht faalde omdat de adviezen van de bebouwings- en welstandscommissie alsnog aan het dossier waren toegevoegd en eisers hierop konden reageren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, bepaalde dat verweerder het griffierecht aan eisers vergoedt en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eisers.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens het zonder vergunning plaatsen van een constructie in de achtertuin wordt ongegrond verklaard.